Overzicht

Een totaaloverzicht van alle stukjes vindt u op mijn eigen website onder Filosoofjes archief: http://dijktim.nl/index_9.htm, en volgende pagina's

woensdag 29 oktober 2014

HULP

Hoe komt het toch dat hulp vragen en accepteren zo moeilijk is?

Zijn we bang om onze zwaar bevochten autonomie los te laten? Of zijn we soms bang om voor halfzwak versleten te worden? Is het een ego-kwestie? Wordt onze eigenwaarde aangetast als iemand veronderstelt dat we iets niet zélf kunnen? 
Zijn we dan zó fragiel?

We leren als kind al heel jong om zelfstandig te worden, maar het lijkt wel dat hoe ouder we worden hoe moeilijker het wordt om hulp te aanvaarden. Alsof de duur van ons zelfstandig leven bepaalt hoe gemakkelijk we een uitgestoken hand aannemen of afwijzen. 
Of speelt er iets anders?
Mijn persoonlijke ervaring is dat het vooral heel moeilijk was om hulp nodig te hebben bij basale lichaamsfuncties, bijv. die van de spijsvertering. Die dingen waardoor we ons lichamelijk baby voelen. Volledig afhankelijk. Dát wil een mens gewoon niet zijn. En zolang je dan maar respectvol wordt behandeld, en je je gééstelijk een volwassene voelt, dan gaat het acceptatieproces iets minder zwaar. Het gevoel van vernedering wordt er door verzacht.


Hulp aanvaarden kan dus een pijnlijk proces zijn.
Hoe zit dat dan met hulp bíeden?

Als kind leren we eveneens al jong dat we een verantwoordelijkheid dragen jegens onze medemens. En we ervaren daardoor dat hélpen een gevoel van tevredenheid kan opleveren. Maar er zijn ook mensen die niet alleen handelen vanuit aangeleerd gedrag, maar vooral vanuit de warmte en goedheid van hun hart altijd klaar staan om anderen hulp te bieden. Zonder nadenken, en soms als impulsaktie. Ik ken enkele van die mensen, en ben ongelooflijk blij en dankbaar dat ze in mijn leven zijn gekomen!

Ongevraagd hulp bieden kan er trouwens wel eens toe leiden, dat zo'n aanbod wordt afgewezen. En dat kan dan juist bij de hulp-bieder weer enorm kwetsend overkomen. Je zou er bijna van leren dat je dan maar beter nooit weer hulp gaat bieden....
En dat zou jammer zijn!

Dát heeft mij weer geleerd dat het heel erg belangrijk is om geboden hulp juist altijd in dank en vreugde te aanvaarden.
Een hulpbieder verdient tenslotte niet alleen waardering, maar hij verdient óók respect.

Dat allemaal wetend, dan is het begrijpelijk hoe moeilijk het is om hulp te vrágen....
Hulp nodig hebben, juiste persoon benaderen, vraag formuleren, afwijzing riskeren, controle uit handen geven, resultaat afwachten. 

Hulp is dus een samenspel van -vrager en -bieder!

Geldt dat ook voor hulpvragen waar méér mensen bij betrokken zijn? Bijvoorbeeld bij nationale rampen of internationale incidenten. Hoe snel staan we dan klaar met hulp? Met geld en hulpgoederen?
De zieligheidsfactor speelt een rol. De media beïnvloeden ons. De dwingendheid van de hulpvrager. De aard van het gebeurde en de vraag of we ons ermee kunnen identificeren. En natuurlijk de afstand.
We staan de laatste jaren bijvoorbeeld niet meer zo bekend om onze uitnodigende houding als het om asielszoekers gaat. Zou onze menselijke neiging tot afsplitsing (zie mijn vorige stukje) daar een rol spelen?

Wederkerigheid en een zekere mate van gelijkwaardigheid bepalen voor een groot deel de omgang tussen mensen. Verschillende sociale klassen mengen zich niet met elkaar. Men dicht elkaar eigenschappen toe, die men van zichzelf niet wil zien, en gebruikt die als excuus om geen hand te hoeven uitsteken naar de ander.

De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen, heb ik altijd geleerd. Maar niet iedereen heeft dezelfde ouders gehad als ik.
De sterkste schouders staan namelijk niet altijd vooraan als het aankomt op hulp bieden. Dat leidt soms tot wrange effekten.

De hogere sociale klassen in ons land hebben bijvoorbeeld de kreet mantelzorg misschien niet uitgevonden, maar ze misbruiken hem nu wel om ons zorgstelsel uit te kleden. Mantelzorg is niet vrijwillig aangeboden hulp. Het is hulp die je móet bieden en móet accepteren. 
Dat neigt naar misbruik!


En het maakt hulp vragen, bieden en accepteren een nóg veel complexer proces dan het al was!













CITAAT:

Helping others is the way we help ourselves. -Oprah



Friends can help each other. A true friend is someone who lets you have total freedom to be yourself - and especially to feel. Or, not feel. Whatever you happen to be feeling at the moment is fine with them. That's what real love amounts to - letting a person be what he really is.

Jim Morrison



Words are singularly the most powerful force available to humanity. We can choose to use this force constructively with words of encouragement, or destructively using words of despair. Words have energy and power with the ability to help, to heal, to hinder, to hurt, to harm, to humiliate and to humble.

Yehuda Berg



As you grow older, you will discover that you have two hands, one for helping yourself, the other for helping others.

Audrey Hepburn






De eendjes (Annie M.G. Schmidt)

Kom, zeiden vanmorgen de eendjes ontroerd,
dat jongetje heeft ons zo dikwijls gevoerd,
we doen het nu anders, we draaien het om.
Nu gaan we het jongetje voeren. Kom!

Ze kochten wat boter, ze kochten wat brood,
ze hadden ook ieder een mand aan hun poot,
ze kochten wat muisjes en toen nog wat sjam,
en gingen naar ‘t jongetje toe met de tram.

Het jongetje wou net de voordeur uitgaan,
toen hij daar op straat twintig eendjes zag staan.
Dag, jongetje, zeiden ze, ga maar naar binnen.
We komen je voeren; we gaan zo beginnen.

Toen moest hij gaan zitten. Hij kreeg een servet.
Ze sneden het brood en ze smeerden het vet.
Ze gaven hem stukjes van ‘t brood om de beurt,
met sjam (appel-bessen) en muisjes (gekleurd).

Hè, zeiden de eendjes, wat leuk is dat nou,
je hebt ons gevoerd, nu voeren we jou.
Zo, zeiden de eendjes, nou heb je genoeg.
Kom jij eens ‘n keer weer bij ons, ‘s morgens vroeg?

(Bron: Ziezo/Em. Querido’s Uitgeverij)




Aan een klein meisje

Dit is het land, waar grote mensen wonen.
Je hoeft er nog niet in: het is er boos.
Er zij geen feeën meer, er zijn hormonen,
en altijd is er weer wat anders loos.

En in dit land zijn avonturen
hetzelfde, van een man en van een vrouw.
En achter elke muur zijn an'dre muren
en nooit een eenhoorn of een bietebauw.

En alle dingen hebben hier twee kanten
en alle teddyberen zijn hier dood.
En boze stukken staan in boze kranten
en dat doen boze mannen voor hun brood.

Een bos is hier alleen maar een boel bomen
en de soldaten zijn niet meer van tin.
Dit is het land waar grote mensen wonen ...
Wees maar niet bang. Je hoeft er nog niet in.


Annie M.G. Schmidt (1911-1995)
uit: En wat dan nog? (1950)





zondag 26 oktober 2014

RUIMTE

Is ruimte gelijk aan leegte?

Ondanks hun verschillende gevoelswaarde zijn ze dat in hun hoedanigheid van begrensde oneindigheid vermoedelijk wél, want ze kunnen beiden gevuld worden. 
Met materie. En met immateriële dingen zoals akties. Gebeurtenissen. Energie. Gedachten en ideeën. Ervaringen. Creativiteit. Gevoelens. En vooral ook: met tijd. Tijd is altijd en overal.....

Ruimte en tijd zijn relatieve grootheden.
Geméten tijd is namelijk in ons alledaagse leven niet hetzelfde als beleefde tijd. En toekomstige tijd is nóg lastiger vast te stellen.
Stel, je wilt heel graag met pensioen. Maar het duurt nog drie jaar voordat je mág. Hoe komt het dan dat dat vooruitzicht net zo langdurig kan lijken als de afgelopen veertig jaar?
De toekomstige tijd neemt dan dus gevoelsmatig veel meer ruimte in dan het verleden.
En stel dat in het afgelopen jaar een vervelende gebeurtenis plaatsvond die oneindig leek te duren, terwijl de rest van het jaar voorbijvloog.
Ik vraag me af hoe dat werkt als je je levenseinde gaat bereiken. Wordt de toekomstige tijd dan steeds korter in verhouding tot de verleden tijd? Of kunnen bijvoorbeeld ziekteverschijnselen de tijd eveneens eindeloos laten duren?

En wat kunnen we zeggen ten aanzien van ons bestáán? Dus niet in onze beleving, maar in onze ervaring.
Waar staan we het liefst?
In het verleden? In het heden? Of in de toekomst?
Ín de ruimte? Of búiten de ruimte?
Zijn we dromers, doeners of planners?

Hoe aanwézig ben je? 
Vúl je de beschikbare ruimte? Of kruip je weg in een hoekje, en laat je liever anderen de ruimte vullen? Ben je een lezer en luisteraar of juist een prater en entertainer?
En als je normaalgesproken een luisteraar bent en omringd met druktemakers, en nú voor één keer wilt dat iedereen naar jou luistert? Hoe pak je dat dan aan? Weet je hoe je dan de nodige ruimte moet claimen ? 
Dát is lastig! Je bent dat niet gewend, en hebt het nooit geleerd.
De ánderen, met het tegenovergestelde gedrag, hebben overigens geen idee hoe ze die ruimte moeten géven....

Je kunt dan boos worden op de anderen, maar eigenlijk bén je boos (of zou je dat beter kunnen zijn), op jezélf!


De feministische filosofe Luce Iragaray  werkt met het psychologische begrip afsplitsing:
"In de psychoanalyse is het begrip “afsplitsing” bekend: de eigen negatieve eigenschappen worden dan aan een ander toegeschreven, en daarmee van de eigen persoon “afgesplitst”. Iragaray benadrukt dat het hier vaak om lichamelijke eigenschappen gaat, en dat degene aan wie deze als negatief ervaren eigenschappen worden toegeschreven, veelal een buitenstaander is: de andere, de vreemdeling, de vrouw. Dit kan gemakkelijk tot discriminatie leiden." aldus Wikipedia.

We doen het zelf, dit afsplitsen, én het overkomt ons. Ongewild, vaak onbewust. Terwijl er toch gewoon altijd ruimte is voor ons allemaal? Voor ieder van ons, met zijn bijzondere kwaliteiten én zijn vervelende beperkingen. We zijn samen in één ruimte met anderen, en herkennen soms hun "positie" niet. We zijn te gepréoccupeerd met onze eigen positie, om die van de anderen goed te kunnen zien.

Maar mensen verschillen nu eenmaal van elkaar: bijvoorbeeld de ene voetballer is liever aanvaller, de ander verdediger. 
Voor een goed resultaat zullen ze zich moeten inleven in de ander, en hun positie op het veld in goed overleg moeten bepalen, zodat ze een mooie combinatie op de mat kunnen leggen.
Hun aktie kan dan bij hen beiden leiden tot een gemoedstoestand, die kan aanvoelen als volledig tijdloos....
Het omgekeerde komt ook voor: als de spelers kiezen voor afsplitsing en de verantwoordelijkheid voor het resultaat bij de ander neerleggen, dan duurt zo'n wedstrijd eindeloos.
Een voetbalwedstrijd als metafoor van het leven.

In het dagelijks leven gebeurt namelijk hetzelfde. Het is belangrijk dat we ons niet "afsplitsen", dus dat we goed bij onszelf blijven, én bij anderen. Verschillen erkennen en accepteren.
De ene mens staat tenslotte liever in het veld, de ander op de tribune. Of binnen de muren, of erbuiten. In de kou, of in de warmte. Ieder voelt zich het meest op zijn gemak op zijn eigen plek. Hoewel in de loop van een leven voorkeuren wel kunnen veranderen.
Daarmee beïnvloeden we elkaar, en elkaars levensloop voortdurend. In een eeuwig continuüm.
In gezamenlijkheid.

En in steeds veranderende posities in tijd en ruimte.


Wanneer we elkaar zien staan zoals we werkelijk zijn, dan wordt de ruimte gevuld met zinvol besteedde tijd en niet met leegte.














CITAAT:

Learn from yesterday, live for today, hope for tomorrow. The important thing is not to stop questioning.

Albert Einstein



When you are courting a nice girl an hour seems like a second. When you sit on a red-hot cinder a second seems like an hour. That's relativity.

Albert Einstein




Only a life lived for others is a life worthwhile.

Albert Einstein





Erwtjes (Annie M.G. Schmidt)

Toen ze een meisje was van zeventien
moest ze een hele middag erwtjes doppen
op het balkon. Ze wou de teil omschoppen.
Ze was heel woest. Ze kon geen erwt meer zien.

Toen ging ze maar wat dromen, van geluk,
en dat geluk had niets van doen met erwten
maar met de Liefde en de Grote Verte.
Dat dromen hielp. Het scheelde heus een stuk.

En dat is meer dan vijftig jaar terug.
Ze is nu zeventig en heel erg fit
en altijd als ze ‘s middags even zit,
mijmert ze, met een kussen in de rug,

over geluk en zo… een beetje warrig,
maar het heeft niets te maken met de Verte
en met de Liefde ook niet. Wel met erwten,
die komen altijd weer terug, halsstarrig.

Ach ja, zegt ze. Ik kan mezelf nog zien,
daar in mijn moeders huis op het balkon,
bezig met erwtjes doppen in de zon.
Dat was geluk. Toen was ik zeventien.







dinsdag 21 oktober 2014

LEEGTE


Een vriendin van me is zich aan het voorbereiden op haar pensioen. 

Als je je leven lang hebt gewerkt, met zo veel inzet en betrokkenheid als zij altijd heeft gedaan, dan maakt niet-werken geen deel uit van je wezen. Van je Zelf. Althans nóg niet.
Haar identificatie met zichzelf is nu nog voor een heel groot deel verbonden aan haar aktieve status als professional.
Niet-werken staat voor haar gelijk aan niet-Zelf. Aan leegte.

Leegte: het niet aanwezig zijn van iets, aldus het Boeddhisme.

Wanneer je niet meer werkt, ben je dan niet meer jezelf?
Als je niet meer werkt, ben je dan niemand?

Welnee! 
Voor haar persoonlijk is het verlies van werk natuurlijk een subjectieve ervaring, maar ik ken haar niet in haar werk-habitat. Dus voor mij blijft ze gewoon wie ze altijd al voor me was: een lieve vriendin! Een persoonlijkheid met heel veel kwaliteiten. 

En die kwaliteiten en vaardigheden kan ze straks gewoon eeuwig blijven inzetten. Weliswaar zonder de structuur die werk biedt, maar ook zonder werk hándel je nog steeds.
Wat je doet, is tenslotte wie je bent!

Door te handelen, dingen te doen, geef je betekenis aan jezelf. Je aanwezigheid wordt dan gekend en herkend. Er worden leegtes mee gevuld: zowel innerlijke als uiterlijke leegtes.

De bijbel zegt het zo: ledigheid is des duivels oorkussen. En volgens Prediker is alles ijdelheid, oftewel in de nieuwe vertalingen lucht of leegte. Behalve het moralistische aspect, houden die uitspraken ook een bijzondere tegenstelling in: álles is leegte.
Alles is leegte?
Boeddha zegt: leegte is niets.
Ergo: alles is niets? Niets is alles? 

Het vreemde is dat beide religies met leegte juist iets aanduiden dat zich in onze materiële wereld manifesteert. Die leegte kenmerkt zich namelijk door het gegeven dat al het materiële vergankelijk is. Geen wonder dat we in de war raken, wanneer we een grote innerlijke leegte ervaren. Want gevoelens zijn toch immaterieel?

Leegte wordt vaak veroorzaakt door verlies; we voelen ons verloren, we zijn onszelf kwijtgeraakt. Doordat we bijvoorbeeld een geliefde verloren. Of ons huis. Ons werk. Jezelf verliezen door iets of iemand anders te verliezen....
Alles dat ons een geluksgevoel kan geven, kan ons uiteindelijk ook een pijngevoel geven.


Degenen die het meest gelukkig zijn, zijn de mensen die de leegte in hun hart weten te transformeren tot ruimte. Ruimte is de positieve vertaling van het begrip leegte. In essentie zijn ze gelijk aan elkaar; alleen de ervaring ervan, met het bijbehorende gevoel, maakt het verschil. Als je leegte ervaart, voel je pijn; als je ruimte ervaart, voel je geluk.

Wat je geeft is wat je terugkrijgt, en het universum geeft bovendien wat je vraagt.
Het is dus altijd belangrijjk om je vragen positief te formuleren.

En wanneer je dan hebt gevraagd om ruimte, dan kun je vervolgens mensen, creativiteit, spiritualiteit, etc. uitnodigen om je hart te komen vervullen.....

<3  <3  <3













CITAAT:


Pain can be vitalising; it gives intensity in the place of vagueness and emptiness. If we don't suffer, how do we know that we live?

Sebastian Horsley



It's a great excuse and luxury, having a job and blaming it for your inability to do your own art. When you don't have to work, you are left with the horror of facing your own lack of imagination and your own emptiness. A devastating possibility when finally time is your own.

Julian Schnabel



The more space and emptiness you can create in yourself, then you can let the rest of the world come in and fill you up.

Jeff Bridges
















zondag 19 oktober 2014

IDENTITEIT

Kent u die sketch nog, uit de Snip en Snap-revue (De Mop): "Het is níet mijn broer, en tóch is het de zoon van mijn vader. Rara, wie ben ik...?"


Tja, wie ben ik?
Wie zijn wij?
Wat maakt ons tot de persoon die we zíjn?
Hoe krijgen we een afgerond beeld van onszelf? En bestaat dat überhaupt?

Wikipedia zegt: "De vraag naar de persoonsidentiteit van iemand is een centrale vraag in de filosofie van de geest. Filosofisch verstaat men onder persoonsidentiteit de unieke numerieke identiteit van een persoon door de tijd heen. Men vraagt hier dus naar wat een persoon op twee tijdstippen tot dezelfde persoon maakt. Klassieke oplossingen wijzen naar het lichaam enerzijds en anderzijds naar een bepaalde continuïteit van de geest, zoals een continuïteit van herinneringen of bewustzijn."

Die continuïteit is dus een probleem. Want zowel lichaam als geest veranderen voortdurend. We worden niet alleen ouder, maar zijn ook eeuwigdurend aan groei en verval onderhevig. Constante celvernieuwing en constante geestelijke ontwikkeling. 
We spelen een rol in een wereldtoneel, die -als we maar tijd van leven hebben- ook télkens verandert: van dochter worden we tot volwassene, echtgenote, moeder, oma... Even een ander pruikje op, brilletje veranderen en ons typetje is weer klaar voor de volgende levensfase.

Maar om iemand door de jaren heen te kunnen herkennen, is méér nodig: de stem, de manier van praten, bewegen, lichaamsvorm en -houding, iemands handen, etc.  geven ons de informatie die nodig is om het "platte" beeld van het typetje aan te vullen. En dan hebben we het nog niet eens over karakter gehad. Over omstandigheden. Levensgebeurtenissen. Gezondheid en ziekte.

En dan ons zelfbeeld.
De spiegel geeft ons een glimp van onze eigen uiterlijke verschijning. En ons bewustzijn geeft ons een blik op het innerlijk beeld dat we van onszelf hebben.
We zien onszelf dus nooit volledig.
En tóch weten we wie we zijn.
We kunnen het misschien niet goed onder woorden brengen, maar ons eigen gevoel ként ons.
Waar we aardig zicht op hebben zijn de volgende aspecten van onszelf:
Naam, geslacht, leeftijd, lengte en gewicht, lichaamsmaten, kleur van huid, haar en ogen, persoonlijkheidskenmerken als vriendelijkheid en extraversie, betrouwbaarheid en zelfvertrouwen, levensgeschiedenis, sociale achtergrond, intelligentie, humor, en niet te vergeten: opleiding en beroep.


Wat je doet, is wie je bent.

In de loop der jaren bouw je een identiteit op, een min of meer afgerond zelfbeeld. Dat gaat volgens Erik Eriksen (psycholoog) als volgt:
  1. babytijd (0-1 jaar): ontwikkeling van vertrouwen of wantrouwen;
  2. peutertijd (2-3 jaar): ontwikkeling van autonomie of schaamte;
  3. kleutertijd (4-6 jaar): ontwikkeling van initiatief of schuld;
  4. kindertijd (7-13 jaar): ontwikkeling van vlijt of minderwaardigheid;
  5. adolescentie (14 jaar tot midden twintig): ontwikkeling van identiteit of rolverwarring;
  6. vroege volwassenheid (midden twintig tot begin veertig): ontwikkeling van intimiteit of isolatie;
  7. middenvolwassenheid (begin veertig tot midden zestig): ontwikkeling van zorg voor komende generaties of stagnatie;
  8. late volwassenheid (vanaf midden zestig): ontwikkeling van integriteit of wanhoop.

Toen ik op mijn 38e ziek werd, moest ik mijn nieuwe "ik" ontdekken. Mijn innerlijk en uiterlijk waren niet veranderd, maar ik kon van het ene op het andere moment veel dingen niet meer doen die ik voordien wél deed. Vooral de dingen die ik eerder op de "automatische piloot" deed, brachten me in verwarring, omdat ik me er telkens te laat van bewust werd dat ik ze niet meer kon doen toen mijn ziekte toesloeg.
Lichaam en geest moesten duidelijk eerst weer aan elkaar wennen.

Wikipedia: "Men stelt over het algemeen dat de persoonlijke identiteit  bestaat uit drie elkaar beïnvloedende componenten, de cognitieve component waarmee zelfwaarneming kan worden toegepast, de affectieve component waarmee wordt waargenomen en gevoeld en zelfevaluatie mogelijk wordt en de conatieve component waarmee het handelen tot stand komt."

Zo, nou hoort u het eens van iemand anders.....:).

Ik ben een jaar geleden gestopt met werken. Mijn conatieve component is dus weer ingrijpend veranderd. Heeft dat mijn identiteit veranderd? Of ben ik nu nog steeds wie ik altijd was? Ik hoef bepaalde taken niet meer te doen, en kan dat fysiek ook niet meer, maar het bijpassende gedrag van toen maakt nog steeds terdege deel uit van mijn persoonlijkheid en arsenaal aan vaardigheden.


Wat je deed, is wie je bent?
In mijn hart voel ik mij soms nog steeds het meisje van toen. En de sportieve jongeling. De aktieve multitasker. De hardwerkende professional.
Sommige mensen, degenen die mij al lang kennen, zien die aspecten nog steeds in me. Maar degenen die me nú pas ontmoeten, zien een hulpbehoevende, middelbare invalide in een rolstoel.
En vaak heb ik het gevoel dat de toekomst me heeft ingehaald: mijn leefsituatie past veel meer bij de leeftijdsgroep 80+, dan bij mijn werkelijke leeftijd. En dat heeft natuurlijk ook effekt op mijn persoonlijke ontwikkeling. Ik zit al láng in Eriksen's fase 8, terwijl ik daar nog helemaal niet thuishoor....
Verleden, nu en toekomst geïntegreerd?

Dus wanneer je naar me kijkt, zie je mogelijk niet de héle werkelijkheid.

Daarom blijft de niet te beantwoorden filosofische vraag:


Rara, wie ben ik?











CITAAT:


In the social jungle of human existence, there is no feeling of being alive without a sense of identity.

Erik Erikson



I came to believe that my true identity goes beyond the outer roles I play. It transcends the ego. I came to understand that there is an Authentic 'I' within - an 'I Am,' or divine spark within the soul.

Sue Monk Kidd



Joy, rather than happiness, is the goal of life, for joy is the emotion which accompanies our fulfilling our natures as human beings. It is based on the experience of one's identity as a being of worth and dignity.

Rollo May





De mop
http://www.yourepeat.com/watch/?v=GU5VMqhUbA4


Boutje, moertje, nippeltje

donderdag 16 oktober 2014

VRIJHEID

Gemeentes mogen de naasten van chronisch zieken niet verplichten tot het bieden van mantelzorg. Ze hebben uitsluitend de vrijheid om daar met hen over in gesprek te gaan. 
Dit werd gisteren bekend.


Vrijheid is een relatief begrip.....
Volgens mij ervaren de mantelzorgers zélf die vrijheid om te zorgen namelijk helemaal niet als keuze-vrijheid. 
Wanneer je man of je vrouw, kind, moeder, schoonvader, opa, goede vriend of goede buur ernstig ziek wordt, dan zullen de meeste mensen helemaal niet nadenken over de vraag of ze zorg zullen verlenen; dat dóen ze gewoon. 
En heel vaak gaat dat ten koste van henzelf; veel mantelzorgers overschrijden hun fysieke en mentale grenzen,  om de mens in nood bij te staan. Want een zieke laat je tenslotte niet in de steek.

Stel je eens voor: jouw partner wordt ernstig ziek. Chronisch én progressief. Iedereen vraagt jou hoe het met je zieke partner gaat, maar niemand vraagt jóu hoe het gaat. Want je gáát gewoon; je houdt je sterk en gaat maar door en door. Je dwingt jezelf om door te gaan, want opgeven, of erger: zelf helemaal instorten, is geen optie.
Dat is wat ik mijn man zie doen. En vele andere mantelzorgers, die dag en nacht, 24/7, jaar na jaar, voor hun geliefden klaarstaan. Mijn man en ik vieren binnenkort wat dit aspect van onze relatie betreft, ons twintig-jarig jubileum. 


We vieren in Nederland ieder jaar bevrijdingsdag, omdat we verlost zijn van de bezetter.
Maar in een paar miljoen gezinnen is er in het dagelijks leven geen feest meer. We leven allemaal in een prachtig, vrij land, maar binnenskamers heerst bij ons een dictator die ons er met ziekte, verzorging en belachelijk hoge kosten onder de duim houdt. Door stomme ziektes ben je met je hele gezin gevangen in je situatie. Daar is geen uitkomen aan.
Letterlijk.


Is vrijheid daarom slechts een concept?
Men zegt wel eens dat vrijheid zit in de ervaring van vrijheid. Vrijheid is het gevoel dat je iets vrij en graag doet, onvrijheid is het gevoel dat je iets onvrij en met tegenzin doet, de ervaring van gedwongenheid dus.
En ook zegt men: handelingsbeperkingen zijn geen wilsbeperkingen.

Als vrijheid en gevangenschap ervaringen zijn, gevoelskwesties dus, dan zou je met je gedachten en met je wil, dat gevoel moeten kunnen aanpassen. Je kunt je vrij voelen in je hoofd, zelfs als je in gevangenschap leeft. 
Maar hoe moeilijk is dat wel niet?

Na bijna twintig jaar oefenen, kan ik zeggen dat mij dat redelijk is gelukt.
Ik voel me, ondanks de gevangenschap die mijn lichaam me oplegt, vrij in mijn hoofd. Wellicht méér dan mijn mantelzorger zich vrij voelt. Misschien komt dat wel doordat hij uiteindelijk veel meer een keuze heeft dan ik. Mijn situatie is onveranderbaar en ik kan er niet uitstappen. Hij heeft theoretisch de keuze om andere dingen te gaan doen dan hij nú doet. Maar voelt hij de vrijheid om te kiezen? Of juist een druk om te kiezen? 
Het - al dan niet bewuste - besef een keuze te moeten maken, en wéten dat je de consequenties van die keuze moet dragen, maakt volgens mij het leven nóg zwaarder dan het al was, en dat haalt bovendien de vrijheid uit relaties. 

Het leven vraagt al zo veel van mantelzorgers om daarin overeind te blijven. Daar kunnen we toch helemaal geen bemoeizuchtige overheid bij gebruiken! Dat verhoogt de druk nog veel meer.

Je zult maar ambtenaar zijn bij het zorgloket, en de helden van onze samenleving moeten vragen wat ze nog méér kunnen doen....
De arme ziel. Als het een góede ambtenaar is, wat zal deze rotklus hém dan ook belasten....
Maar zo niet,  zou ik mij dan de vrijheid kunnen permiteren om die ambtenaar ons huis uit te schoppen wanneer hij/zij komt voor een herindicatie, en hij/zij mijn man nog éxtra zou belasten met zo'n vraag? Want mijn man kán niet méér doen. Maar mag hij dat ook zéggen?
Van de wmo? En van zichzelf?

Zouden die gemeentes en andere overheden wel weten wat er in de Grondwet staat? Eigenen zij zich tegenwoordig niet veel te grote vrijheden toe, ten koste van individuele, machteloze, burgers?
























CITAAT:

We hold these truths to be self-evident: that all men are created equal; that they are endowed by their Creator with certain unalienable rights; that among these are life, liberty, and the pursuit of happiness.

Thomas Jefferson



For to be free is not merely to cast off one's chains, but to live in a way that respects and enhances the freedom of others.

Nelson Mandela






zaterdag 11 oktober 2014

DWANG

Verandering afdwingen? 
Of traditie afdwingen? 
Kan dat überhaupt?

De kleine minderheid in Nederland die de discussie over Zwarte Piet heeft aangezwengeld, omdat ze zich gekwetst voelt door de beeltenis van Zwarte Piet, wordt door de grote meerderheid van de Nederlandse bevolking niet serieus genomen. 90% vindt dat Zwarte Piet niet mag veranderen. Maar wat ik héél erg naar vind is dat een deel van die meerderheid zich nu in dit verband pas écht bezondigt aan racistische taal. 
Dat dwangmatige, van béide kanten, bevordert dus bepaald niet een open gedachtenwisseling. De pot verwijt de ketel ...., er is onverdraagzaamheid alom.
We zijn inmiddels zó ver verwijderd van elkaar, dat toegeven, ook al is het maar een heel klein beetje, onmogelijk lijkt. 

Uiteindelijk wil niemand zich laten kennen in deze aangelegenheid ....

Is het daarom dan niet opvallend dat de schmink van Zwarte Piet uitgerekend is bedoeld om de persoon die onder al die verf verscholen gaat, onherkenbaar te maken? En dat dat uitstekend lukt, weet ik uit ervaring, omdat ik mijn dochter jaren geleden alleen aan haar schoenen kon herkennen toen ze een keer voor Zwarte Piet speelde.
Dat onherkenbare maakt Sint en Piet tot magische, mythische, figuren. 
Kinderen, die bijvoorbeeld hun vader herkennen terwijl ze een pieten-pak aanhebben, schrikken zich niet alleen te pletter, maar voelen zich ook verraden.

Het geniale idee van de gemeente Amsterdam om mensen uit te nodigen om ongeschminkt mee te doen aan de intocht? Zou dat werken? Ik ben heel benieuwd of er dan mensen zullen zijn die zich dan letterlijk willen "laten kennen". 

Dat zou dan wel uniek zijn, omdat de helper van Sinterklaas zich overal in Europa sinds mensenheugenis vermomt. Zie daarvoor het volgende stukje:   http://www.abedeverteller.nl/van-duivelse-pieten-en-zwarte-klazen-de-monsterlijke-helpers-van-sint-nicolaas-3/


Daaruit blijkt ook dat het uiterlijk van Sint en Piet in de afgelopen eeuwen al regelmatig is veranderd! 
Het monsterlijke aspect van Zwarte Piet uit ons heidense verleden hebben we stukje bij beetje laten verdwijnen. We zijn kennelijk steeds beschaafder geworden....

En moderner: zie de pieten-vibe :


En laten we bovendien niet vergeten: geen enkel volk, en zéker ook het Nederlandse niet, heeft schone handen. Het duistere in onze volksaard is door veel volkeren nog niet vergeten: onder de VOC-vlag is slavenhandel gedreven, genocide gepleegd, de legers van de Prins van Oranje hebben geplunderd, verkracht en gemoord, in Indonesië waren we bepaald niet "vriendelijk", in WO2 waren we niet allemaal even zuiver op de graat, etc. Ons nationale wijzende vingertje is echt niet altijd even gepast.
Als we dát onder ogen durven zien, dán vind ik dat we ook een standpunt over Zwarte Piet mogen hebben.

En eigenlijk is het zo, dat ik zelf erg op zoek ben naar mijn eigen standpunt in deze kwestie. 
Zwarte Piet: ja! 
Racisme: nee! 
Hoe combineer je die twee?
Ik ben niet in staat om mezelf een mening af te dwingen.



Overigens, als er één ding is dat ik heb geleerd tijdens al mijn werkzame jaren als P&O'er en coach, is het wel dat "dwang" niet werkt. Niet het dwingen van jezelf, niet van en door een ander individu en niet van en door groepen of machthebbers.

Mensen proberen te dwingen om te kiezen voor een bepaalde oplossing, een specifieke richting of een goed advies, dat geeft bijna de garantie dat ze het niet gaan doen. Mensen handelen het liefst uit eigen overtuiging. "Doe nou dit..., of, Doe nou dat...", geeft zelden een goed resultaat. 
Gevoelens, wensen, ideeën, die laten zich niet zomaar onderdrukken of bijsturen. Bij niemand. Dát proberen bij iemand anders, leidt vooral tot angst en weerzin. Tot méér onbegrip, tot méér elkaar niet willen (h)erkennen.
Mensen doen nou eenmaal wat ze zelf willen, en pas op het moment dat ze er aan toe zijn. Of niet....

Wanneer iemand bij ons komt met een vraag of met een probleem, dan weten we vaak gelijk de oplossing. En voor veel mensen is het érg moeilijk om die oplossing voor zichzelf te houden. Het liefst willen we dat degene die ons om raad vraagt onmiddelijk ons advies opvolgt. 
Maar zo werkt dat dus niet.
Degene met het probleem heeft niet voor niets zgn. "blinde vlekken", hij zit als het ware gevangen in een zwart gat waar 'ie niet uit kan komen. 
Wie kent er nou niet de volgende conversatie tussen moeder en kind: "Mama, ik verveel me zo! Wat zal ik gaan doen?". "Ga lekker tekenen, lieverd". "Neee, geen zin....!".

Als kind leren we dus al dat we geen zin hebben om dwingende adviezen op te volgen. Toch  blíjven we ze géven, en raken gefrustreerd als ze door de ander niet worden opgevolgd. Want we zien dat degene die ons om raad vroeg, kennelijk liever vasthoudt aan zijn worsteling.
Liever in zijn "duisternis" verblijft.

We laten de monstertjes in onszelf niet zomaar verdringen; geen enkel advies kan ons daartoe dwingen. Soms koesteren we onze problemen, vragen en twijfels zelfs. 
Dat donkere in ons zien we graag weerspiegeld in dingen búiten ons, waar we lekker om kunnen griezelen: sprookjes, enge films, én Zwarte Piet. 
Die willen we dus niet missen.

Maar hopelijk gaan we bij deze discussie binnenkort ook het lichte in onszelf zien.
En gaat dat béide partijen lukken!







CITAAT:

All violence consists in some people forcing others, under threat of suffering or death, to do what they do not want to do.

Leo Tolstoy



Obstinacy is the result of the will forcing itself into the place of the intellect.

Arthur Schopenhauer



Never follow somebody else's path; it doesn't work the same way twice for anyone... the path follows you and rolls up behind you as you walk, forcing the next person to find their own way.

J. Michael Straczynski



No, I am not a homosexual. If I were a homosexual, I would hope I would have the courage to say so. What's cruel is that you are forcing me to say I am not a homosexual. This means you are putting homosexuals down. I don't want to do that.

Ed Koch



Polite and velvety leaders, who take care to avoid bruising others, are generally not as effective at forcing change.

Walter Isaacson









donderdag 9 oktober 2014

VERANDERING (2)

"Ich brauch Tapetenwechsel", dat zong Hildegard Knef in de zeventiger jaren van de vorige eeuw.

Ik realiseer me nu, zo'n veertig jaar later, dat de moraal van het liedje vooral was, dat een verandering van omgeving mogelijk alleen maar een optische illusie is. Je lot kun je waarschijnlijk niet ontlopen....
En of je nu híer bent, of dáár, je uitzicht is bovendien vaak een weerspiegeling van je innerlijke mentale staat van het moment.

Maar tóch, ik vind dat, nu mijn woonkamer vorige week een nieuw behangetje heeft gekregen, hij érg is opgeknapt. En dat mijn nieuwe uitzicht een weldaad is voor mijn ogen, én mijn welbevinden.

Wat is oorzaak, en wat is gevolg?

Kan een dun laagje vernis leiden tot een wezenlijke verandering? 
Kleren maken de man? What you see is what you get? Voelen we ons fijner in een bekende omgeving? Of laten we ons graag iets wijsmaken? 

Hoe beïnvloed onze omgeving ons eigenlijk?

Laten we eens kijken naar het apenkooiverhaal, een welbekende anekdote onder organisatie-veranderaars:

"Tien apen zaten in een kooi. In het midden van een kooi stond een trapladder. Op de trapladder lag een banaan. De brutaalste aap klom de trap op om de banaan te pakken. Op het moment dat hij de banaan bereikte zette de oppasser de waterkraan open en spoot alle apen onder met ijskoud water. Deze situatie herhaalde zich iedere keer als een aap de trap op ging en de banaan te pakken kreeg. Na een tijdje liet iedere aap de banaan liggen. Een van de apen werd nu uit de kooi gehaald en vervangen door een andere - nietsvermoedende - aap. De nieuwe aap zag de ladder met de banaan en liep de trap op. Op dat moment sprongen alle andere apen, die immers niet zaten te wachten op een koude douche, op de nek van de nieuwe aap en gaven hem een flinke aframmeling. De banaan bleef wederom onaangeroerd en ook de nieuwe aap deed geen poging meer om de banaan te pakken. Wederom werd een oude aap uit de kooi vervangen door een nieuwe aap. Ook deze aap deed een poging om de banaan te pakken en werd hardhandig afgestraft door de oude apen. Het ritueel herhaalde zich tot alle oude apen waren vervangen door nieuwe apen. Geen van de apen in de kooi was ooit natgespoten met ijskoud water. Toch bleef de banaan onaangeroerd.  Moraal van het verhaal: "Dat doen wij hier (zo) niet! Waarom niet? Omdat we dat nog nooit (zo) gedaan hebben!"


Je vraagt je af, wanneer je dit verhaal kent, waarom o.a. arbeidsorganisaties nog steeds streven naar cultuurverandering. Het gedrag van collega's in míjn arbeidsorganisatie bijvoorbeeld, is in de bijna veertig jaar dat ik daar heb gewerkt, in de kern tijdens al die jaren níets veranderd. Talloze reorganisaties ten spijt.
Het liedje van Hildegard Knef klinkt daar nu nog precies zo als toen ik er begon met werken.

En in zo'n organisatie werken talloze mensen die zich niet echt gelukkig voelen in die cultuur. Hoe overleven ze dat?
Hoe kunnen zij zichzelf blijven en in hun kracht staan in een organisatie waar het dominante gedrag van de collega's nooit verandert en waar managers willens en wetens hooguit streven naar optische veranderingen?
Bijvoorbeeld door competenties te bedenken, zoals flexibiliteit, alleen maar uit moderniseringsdrift of omdat ze niet "achter kunnen blijven". 
Veranderingen zijn niet altijd verbeteringen. 

Moet je je aanpassen om jezelf te blijven? Je onderscheiden? Excelleren? In elk geval moet je "overeind blijven". En je eigen, natuurlijke, veranderingen integreren in de persoon die je altijd al was. Ouder worden gaat vaak gepaard met méér kennis, inzicht, vaardigheden, en een groter netwerk. En die kun je natuurlijk heel goed inzetten bij de veranderingen in je leven, die je niet kunt voorkomen, maar die voelen als een verlies. We houden nu eenmaal van zekerheden, routines, vaste werkplekken, tradities etc., omdat het leven ons door alle veranderingen die ongewenst op ons afkomen, al veel meer uitdagingen biedt, dan we aankunnen.
Als iemand (overheid, managers, kleine minderheden of wie dan ook) die vaste waarden van ons wil wegnemen -zonder visie, zonder plan, zonder rede, zonder overleg-, raken we van slag en worden we boos.

Dáár gaat volgens mij de discussie over Zwarte Piet dan ook over. De inbreuk die nu wordt gedaan op het voortbestaan van een eeuwenoud cultuurverschijnsel voelt als de zoveelste afbraak van vaste waarden in Nederland. Sinterklaas en Zwarte Piet zijn niet alleen verschijningsvormen in een kinderfeest, maar het zijn mythische figuren die vast verankerd zijn in ons collectieve geheugen. Níemand heeft daar ooit discriminerende of racistische gedachten bij gehad. Dat dat nu geopperd wordt, en dat daardoor een héél kleine minderheid een héél grote meerderheid een cultuurfenomeen mee dreigt te ontnemen, dát maakt boos. De beelden van Sint en Piet staan sinds de kinderjaren op ons netvlies gebrand en de liedjes zijn in ons geheugen gegrift. De beelden, melodieën en woorden maken deel uit van ons kind-zijn, ze zijn als het ware één van de laatste uitingsvormen van het kind in ons.
Een blauwe, of een regenboog-Piet, dat beeld staat zó ver van ons af, dat de grote meerderheid van Nederland er nog generaties voor nodig zal hebben om dat te kunnen internaliseren. En mogelijk lukt dat nooit.....

Laat Piet toch gewoon blijven wie hij altijd al was: een vrolijke deugniet, die de verbindende schakel vormt tussen de hoogverheven en onaanraakbare Sint aan de ene kant en het kinder-volk aan de andere kant. 
Een optische verandering zou slechts een illusie zijn.



Laten we niet vergeten dat een verandering door de vervulling van de behoefte aan een nieuw behangetje voor velen al spannend genoeg is! 










CITAAT: 


You must be the change you wish to see in the world.

Mahatma Gandhi



If you don't like something, change it. If you can't change it, change your attitude.

Maya Angelou